Kurt Halbritter (1924-1978) had een uitzonderlijk talent: dieren en planten verzinnen die zó logisch lijken dat je bijna vergeet dat ze niet bestaan. In dieren- en plantenwereld (Tier- und Pflanzenwelt) serveert hij een pseudo-wetenschappelijke catalogus vol beesten en planten die nooit hebben rondgelopen of bestaan, maar die je toch meteen wilt observeren in hun “natuurlijke habitat”.

Zijn tekeningen ogen alsof ze uit een 19de-eeuws natuurkundeboek zijn gescheurd, maar de bijhorende teksten verraden zijn echte bedoeling: satire, woordspelingen en heerlijk droge humor. Van vingoeroe (vinguis index) tot knie-eik (quercus servilis), Halbritter bouwt een universum waarin de natuur zich niets aantrekt van logica, maar wél van plezier.

Het resultaat is een boek dat tegelijk kunst, parodie en liefdevolle spot is. Ideaal voor wie houdt van cartoons, oude prenten en een vleugje absurdisme dat je dag net iets lichter maakt.

Jan Oplinus