1. Doel
Dit rapport bevat de resultaten van een vergelijkend onderzoek naar internationale cartoonwedstrijden in 2025 en 2026. Als basis werden de gepubliceerde reglementen en de officiële deelnemersaantallen gebruikt. Het doel is internationale cartoonwedstrijden op basis van verschillende criteria te vergelijken en zowel organisatoren als cartoonisten een overzicht te bieden. Organisatoren kunnen zich op deze manier positioneren ten opzichte van andere wedstrijden.
2. Methodologie
In totaal werden 362 gepubliceerde cartoonwedstrijden gescreend in de periode van januari 2025 tot en met augustus 2026. Een organisatie kan meermaals voorkomen wanneer afzonderlijke edities uit 2025 en 2026 zijn onderzocht. Alleen internationale wedstrijden werden in de benchmark opgenomen; wedstrijden die zich uitsluitend op een specifieke doelgroep of een geografisch gebied richten, werden niet in het onderzoek meegenomen.
Enkele wedstrijden boden te weinig bruikbare gegevens om betrouwbare resultaten te verkrijgen. Dit betekent dat in totaal 295 unieke wedstrijdedities (148 uit 2025, 145 uit 2026 en 2 reglementen met een deadline in 2027) uit 54 verschillende landen in dit onderzoek werden opgenomen.
De analyse gebeurde op basis van de officiële reglementen en resultaten die op de websites van de organisatoren werden gepubliceerd.
3. Resultaten
3.1. Prijzenpakket
Als eerste criterium nemen we het prijzenpakket dat bij elke wedstrijd aangeboden wordt.
Een totaal prijzenpakket kan zeer gevarieerd zijn. Uiteraard kijken we in de eerste plaats naar geldprijzen, die gemakkelijk te vergelijken zijn, maar ook artistieke zichtbaarheid en gastvrijheid werden als criteria meegenomen.
We gaan ervan uit dat een kwalitatief prijzenpakket verschillende onderdelen kan bevatten:
- de geldelijke waardering: de totale prijzenpot, het bedrag van de hoogste individuele winst en het aantal verschillende geldprijzen;
- de niet-geldelijke prijzen : trofee, certificaat, bijzondere onderscheiding, persoonlijke tentoonstelling, …;
- de artistieke zichtbaarheid: selectie, catalogus, tentoonstelling;
- gastvrijheid: uitnodiging prijsuitreiking, reis, verblijf en maaltijden, ….
3.1.1 Geldprijzen
Om de geldprijzen te vergelijken, werd alleen rekening gehouden met de expliciet vermelde bedragen in het reglement. Ontbrekende bedragen worden in deze analyse niet automatisch als €0 beschouwd. Een expliciet bevestigde afwezigheid van een geldprijs wordt wel als €0 beschouwd. Prijzen in natura werden niet omgerekend naar een geldelijke waarde, tenzij de waarde expliciet in het reglement werd vermeld. Prijzen in andere valuta dan de euro werden omgerekend naar euro tegen de koers van 1 september 2026.
| Prijs per editie | Beschikbare gegevens | Mediaan | Minimum | Maximum |
|---|---|---|---|---|
| Eerste geldprijs | 167 | €500 | €0 | €10.000 |
| Totale prijzenpot | 169 | €1.000 | €0 | €26.000 |
| Totaal aantal prijzen (geldelijk en andere) | 162 | 6 | 0 | 216 |
De spreiding is groot: er zijn wedstrijden zonder geldprijs en wedstrijden met een individuele hoofdprijs van €10.000 en een totale prijzenpot van €26.000. Door die grote spreiding is het interessanter om naar het mediaanbedrag te kijken dan naar het gemiddelde. Een prijzenpot van €1.000 en een eerste prijs van €500 kunnen bij wereldwijde wedstrijden als gebruikelijk worden beschouwd.
3.1.2 Andere prijzen
Niet-financiële prijzen zijn inhoudelijk zeer uiteenlopend en daardoor niet tot één geldwaarde te herleiden. De gecontroleerde reglementen noemen vooral trofeeën en medailles, diploma’s of certificaten, publicatieprijzen, aankopen van originelen, persoonlijke tentoonstellingen, jury- of publieksprijzen en uitnodigingen voor een ceremonie of festival.
De waarde van zulke prijzen hangt nauw samen met het bereik. Een trofee of certificaat bevestigt erkenning op individueel vlak. Een aankoop of opdracht creëert een directe return en een persoonlijke tentoonstelling of publicatie kan een duurzame impact hebben in de artistieke loopbaan.
Het certificaat van deelname of een diploma voor geselecteerden is erg ingeburgerd.
3.1.3. Gastvrijheid
Voor deze analyse hebben we alleen gebruikgemaakt van wedstrijden waarvan het reglement duidelijk een prijsuitreiking vermeldt; het ging om 176 wedstrijden. Binnen deze groep blijkt dat bij 51,1% geen uitnodiging, verblijf of reis voor de prijswinnaar is voorzien. Gastvrijheid kan nochtans een onderscheidend voordeel zijn, vooral wanneer de organisator vooraf duidelijk maakt voor hoeveel personen, welke kosten en welke verblijfsduur de ondersteuning geldt.
3.1.4. Artistieke zichtbaarheid
Onder artistieke zichtbaarheid verstaan we de organisatie van een tentoonstelling, de uitgave van een catalogus en eventuele verdere publicatie. Deze waarde is wezenlijk anders dan geldprijzen: zij bepaalt hoelang en voor welk publiek geselecteerd werk zichtbaar blijft. Gezien het belang hebben we dit in een apart hoofdstuk ondergebracht.
4. Artistieke zichtbaarheid
4.1 Tentoonstelling
Voor 212 wedstrijden konden we vaststellen dat er een tentoonstelling gepland is. Van de wedstrijden met voldoende informatie hierover organiseert bijna twee op drie een fysieke tentoonstelling (135 van 212). We kunnen ervan uitgaan dat de overige wedstrijden een digitale tentoonstelling op de website of sociale media aanbieden; de exacte vorm wordt echter niet altijd gespecificeerd.
4.2 Tentoonstellingsduur
Voor slechts 25 edities kon de duur van de tentoonstelling worden vastgesteld. De mediaan voor deze tentoonstellingen is 30 dagen: een geselecteerde cartoonist kan bij een wedstrijd met tentoonstelling dus ongeveer één maand publieke presentatie verwachten. Bij de berekening was het niet mogelijk rekening te houden met vage omschrijvingen van een periode zonder exacte data (bijvoorbeeld de zomervakantie). Sommige organisatoren vermelden ook rondreizende vervolgexposities, maar daarover zijn geen exacte gegevens beschikbaar.
4.3 Catalogus
In 92 wedstrijdreglementen wordt de publicatie van een catalogus expliciet vermeld. Opvallend is dat ook 16 wedstrijden expliciet aangeven dat er geen catalogus voorzien is.
Minder dan 10% (9,8%) van de wedstrijden publiceert een gedrukte catalogus; bij 12,2% is er alleen een digitale catalogus en bij 2,4% gaat het om zowel een gedrukt als een digitaal exemplaar. Bij bijna 7% wordt de vorm niet vermeld.
| Catalogus | Aantal | % |
|---|---|---|
| Gedrukt en digitaal | 7 | 2,4% |
| Gedrukt | 29 | 9,8% |
| Digitaal | 36 | 12,2% |
| Catalogus bevestigd; formaat onbekend | 20 | 6,8% |
| Expliciet vermeld geen catalogus | 16 | 5,4% |
| Onbekend/niet vermeld | 187 | 63,4% |
Slechts 35 reglementen vermelden een gratis catalogus voor deelnemers. Bij 33 wedstrijden ontvangen de geselecteerden of winnaars een gratis exemplaar, slechts 2 wedstrijden voorzien een gratis exemplaar voor alle deelnemers.
5. Deelname
In dit hoofdstuk gaan we na op welke wijze deelnemers kunnen deelnemen aan de wedstrijden. In 220 edities is de inzendmethode duidelijk en voor 114 edities is er een exact maximumaantal werken.
5.1. Mogelijke kanalen voor inzendingen
E-mail, online formulieren en uploadplatformen zijn ondertussen overal ingeburgerd in de cartoonwereld.
Van de 220 wedstrijden die voldoende informatie geven, kan men bij 158 alleen digitaal inzenden en bieden 42 de mogelijkheid om zowel digitaal als per post in te zenden. Opvallend is dat 19 organisaties uitsluitend een papieren inzending vragen.
Een postale of hybride inzendwijze blijft relevant voor wedstrijden die originelen willen tentoonstellen of het tekenen als ambacht opnieuw onder de aandacht willen brengen. Vaak ontbreekt echter duidelijke informatie over kosten, verzekering en retourzending.
| Inzendroute | Aantal | Aandeel |
|---|---|---|
| Digitaal | 158 | 53,6% |
| Digitaal en papier | 42 | 14,2% |
| Papier | 19 | 6,4% |
| Onbekend | 76 | 25,8% |
5.2 Aantal werken en praktische drempel
Voor 114 edities konden we gegevens verzamelen over het aantal toegelaten inzendingen. De mediaan bedraagt 3 cartoons en we kunnen stellen dat 3 tot 5 gebruikelijk is.
6. Rechten van de cartoonist
6.1 Transparantie in reglement
Voor alle wedstrijdreglementen werd nagegaan in welke mate ze duidelijkheid scheppen over de rechten van de cartoonist. In 53,6% van de reglementen wordt hierover geen informatie gegeven. Dit betekent uiteraard niet dat de organisatie in de praktijk geen rechtenbeleid hanteert, maar het baart ons wel zorgen.
Bij 86 wedstrijden (29,2%) worden de cartoons enkel gebruikt voor promotionele doeleinden rond de wedstrijd. Bij 32 edities (10,8%) worden bekroonde werken eigendom van de organisator en 19 reglementen (6,4%) bevatten een ruimere overdracht van auteursrechten.
| Rechten cartoonist | Aantal | Aandeel |
|---|---|---|
| Niet vermeld | 158 | 53,6% |
| Promotioneel gebruik voor de wedstrijd | 86 | 29,2% |
| Bekroonde werken worden eigendom van organisator | 32 | 10,8% |
| Volledige overdracht van auteursrechten | 19 | 6,4% |
6.2. FECO- kwaliteitslabel
De internationale cartoonistenvereniging FECO hanteert een kwaliteitscode met als voornaamste uitgangspunt de rechten van de cartoonist. Het externe kwaliteitslabel kent maximaal 6 sterren toe aan cartoonorganisaties op basis van criteria zoals prijzengeld, een gedrukte catalogus, een tentoonstelling, het terugstuurbeleid, prijzen en diploma’s, het gastvrijheidsbeleid, auteursrechten, inclusiviteit en reputatie.
Van onze totale onderzoekspopulatie konden 123 bestaande wedstrijdedities op een betrouwbare manier gekoppeld worden aan het door FECO aangeleverde bestand met toegekende sterren in 2025 en 2026.
De grote meerderheid van de internationale wedstrijden uit onze studie kreeg van FECO een score van 3 of 4 sterren. Slechts 2 cartoonwedstrijden (1 jaarlijkse en 1 tweejaarlijkse wedstrijd) behaalden de hoogste kwalificatie van 6 sterren.
7. Wedstrijdthema’s
Voor 207 van de 295 wedstrijden kon een concreet thema worden vastgesteld. Bij 37 wedstrijden werd een vrij thema naar voor geschoven, eventueel in combinatie met een ander thema. 170 wedstrijden hebben geen vrije categorie en bij 88 wedstrijden ontbrak de info.
De keuze om al dan niet een thema vast te leggen is een strategische keuze van de organisator. Veelgebruikte maatschappelijke thema’s zorgen voor herkenbaarheid, maar concurreren tegelijk met talrijke vergelijkbare oproepen. Een vrije categorie verlaagt de deelnamedrempel, maar is minder interessant voor tentoonstellingen en creatief minder uitdagend voor de cartoonist. Concrete visuele objecten als thema bieden meer beeldmogelijkheden.
7.1 Thematische hoofdlijnen
De thema’s werden in clusters opgedeeld. Dit betekent dat een thema in verschillende dominante categorieën kon worden onderverdeeld.
Karikaturen van bekende personen vormen met 40 vermeldingen de grootste categorie. Een vrij thema of algemene humor en satire volgt met 36, daarna de cluster vrede, conflict en mensenrechten met 30. Mens, dagelijks leven en gezondheid komen 27 keer voor; milieu en natuur en maatschappij, politiek en media elk 19 keer. Technologie, digitalisering en AI zijn met 13 vermeldingen zichtbaar, maar nog geen dominante themagroep.
Omdat wedstrijden meerdere thema’s kunnen combineren, kunnen ze in verschillende categorieën tegelijk voorkomen. De clusters tonen waar organisatoren vaak inhoudelijke herkenning zoeken en waar een onderscheidende invalshoek extra belangrijk wordt.
| Thematische lijn | Aantal vermeldingen |
|---|---|
| Portret en bekende personen | 40 |
| Vrije of algemene humor | 36 |
| Vrede, conflict en mensenrechten | 30 |
| Mens, dagelijks leven en gezondheid | 27 |
| Milieu, klimaat, water en natuur | 19 |
| Maatschappij, politiek en media | 19 |
| Cultuur, erfgoed en plaatsidentiteit | 18 |
| Technologie, digitalisering en AI | 13 |
8. Deelnemersveld
Voor 141 wedstrijden konden we gegevens over het aantal deelnemers identificeren. Daarvan zijn 82 dossiers volledig voor deelnemers, landen en inzendingen en 59 gedeeltelijk. Een gemiddelde per land wordt niet gebruikt om ontbrekende landverdelingen of deelnemersaantallen te reconstrueren. Onbekende of niet-exacte waarden worden niet meegenomen.
Binnen de exacte resultaatgegevens ligt de mediaan op 303 deelnemers (n=113), 49 landen (n=126) en 850 werken (n=103). De middelste helft van de wedstrijden telt 200–413 deelnemers, 44–60 landen en 518–1.227 werken. Opgelet: het aantal werken wordt mede bepaald door het maximaal toegelaten aantal inzendingen.
8.1. Correlaties wedstrijdkenmerken en deelnemers
Om de samenhang tussen de verschillende criteria en het deelnemersveld aan te geven, berekenen we de correlatie. Een waarde dicht bij +1 wijst op een positieve samenhang, een waarde rond 0 op geen duidelijk verband en een waarde dicht bij −1 op een negatieve samenhang. De uitkomsten beschrijven samenhang, geen oorzaak.
8.2. Samenhang prijzen en deelnemers
Wedstrijden met een grotere prijzenpot trekken doorgaans meer deelnemers en vooral meer inzendingen. Het verband is middelsterk voor deelnemers (ρ=0,460; n=63) en sterker voor het aantal werken (ρ=0,592; n=67). Dat bewijst niet dat extra prijzengeld op zichzelf de stijging veroorzaakt; bekendheid, traditie en communicatie kunnen tegelijk meespelen.
Een hogere hoofdprijs gaat samen met meer deelnemers (ρ=0,446; n=64) en meer ingezonden werken (ρ=0,525; n=68). Voor het aantal deelnemende landen is het verband kleiner (ρ=0,282; n=72).
Meer prijzen hangen niet overtuigend samen met meer deelnemers of landen. Er is wel een bescheiden verband met meer werken (ρ=0,267; n=67), maar dit verband is te klein om het aantal prijzen als zelfstandige groeimotor voor de wedstrijd te beschouwen.
8.3. Samenhang thema en deelnemers
Vrije thema’s tonen geen significant verschil in aantal deelnemers: mediaan 301 voor wedstrijden zonder thema tegenover 306 bij thematische wedstrijden. Het mediane inzendvolume is wel hoger bij een vrije categorie (1.139 tegenover 790 werken), maar het verschil is net niet significant (p=0,055).
8.4. Samenhang limiet inzendingen en deelnemers
Zoals te verwachten gaat een ruimere maximale limiet voor inzendingen samen met een groter totaal aantal ontvangen werken (ρ=0,397; n=50). Het verband met het aantal deelnemers is zwak en niet significant (ρ=0,219; n=45).
8.5. Publicatietermijn en deelnemers
We konden voor 168 wedstrijden de duur van de oproep tot inzendingen bepalen. Het gemiddelde bedraagt 73,5 dagen en de mediaan 65 dagen. Een langere oproepperiode leidt niet tot meer deelnemers (ρ=0,06; n=68; p=0,65) en evenmin tot meer ingezonden cartoons (ρ=−0,03; n=71; p=0,78). Er is wel een bescheiden positieve samenhang met het aantal deelnemende landen (ρ=0,31; n=79; p=0,005). Een langere zichtbare periode kan de internationale spreiding ondersteunen, maar levert niet automatisch meer deelnemers op.
Omgekeerd presteren kortere publicatieperiodes niet aantoonbaar beter of slechter dan lange. De huidige gegevens laten niet toe één optimale publicatiedatum of oproepduur vast te leggen. Voor planning is 60–90 dagen daarom een werkbare organisatorische bandbreedte, maar dit wordt niet vertaald in een statistisch aangetoond optimum. Herhaalde metingen over meerdere edities zijn nodig om wedstrijdspecifieke seizoens- en reputatie-effecten te scheiden van de oproepduur.
8.6. FECO-score en deelnemers
Het aantal beschikbare gegevens is hier beperkt; de resultaten moeten daarom voor dit criterium met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. De resultaten tonen een zwakke positieve samenhang tussen de score en het aantal deelnemers (ρ=0,22; n=64) en het aantal inzendingen (ρ=0,22; n=61). Er werd vrijwel geen samenhang gevonden met het aantal landen (ρ=0,08; n=67).
9. Positionering België als sterk cartoonland
In dit hoofdstuk bekijken we hoe de Belgische wedstrijden zich als geheel positioneren ten opzichte van de rest van de wereld. We vergelijken de Belgische wedstrijden niet afzonderlijk met elkaar, maar beschouwen ze als één nationaal organisatielandschap dat we tegenover de rest van de wereld positioneren.
In de steekproef werden 8 cartoonwedstrijden in de benchmark opgenomen. Ook hier werken we met de verschillende edities van de wedstrijden in 2025 en 2026. Het gaat om de volgende Belgische wedstrijden:
- Euro-kartoenale Kruishoutem
- Gouden Hoed Knokke
- Cartoonale ‘De Tinnen Pot’ Olen
- George Van Raemdonckkartoenale Boechout
- Cartoonale cultuursmakers
- Cartoonale De Geus - Lebbeke
Alle bovengenoemde wedstrijden zijn in Vlaanderen gevestigd en hebben een jarenlange traditie in het organiseren van cartoonwedstrijden.
9.1. Externe kwaliteitsscore FECO
De Belgische wedstrijden scoren bovengemiddeld in het FECO-kwaliteitssysteem. De mediaan bedraagt 5 sterren, tegenover 3 sterren bij de overige wereldwijde edities waarvoor een score bekend is (n=123). Geen enkele Belgische wedstrijd scoort lager dan 4 sterren. Twee wedstrijden behalen een score van 5 sterren en de Euro-kartoenale haalt een score van 6.
9.2. Prijzengeld
Belgische wedstrijden onderscheiden zich van de meeste cartoonwedstrijden door de hoogte van hun prijzen. Met een prijzenpot die ruim viermaal hoger ligt dan de wereldmediaan, beschikt België over een aanzienlijk competitief voordeel. De Gouden Hoed en Euro-kartoenale trekken dit gemiddelde en de mediaan naar boven, maar ook de andere wedstrijden scoren goed op dit item.
De Belgische wedstrijden kennen gemiddeld 5,5 prijzen toe, wat iets minder is dan de wereldwijde mediaan van 6 prijzen. In de meeste edities is sprake van een model waarbij de beschikbare middelen worden geconcentreerd in de hoofdprijzen.
| Prijs | België | Wereld | Opmerking |
|---|---|---|---|
| Totaal prijzengeld | mediaan €4.125 | mediaan €1.000 | Belgische mediaan ruim viermaal hoger |
| Hoogste individuele prijs | mediaan €1.750 | mediaan €500 | Belgische mediaan 3,5 maal hoger |
| Aantal prijzen | mediaan 5,5 | mediaan 6 | Vergelijkbaar, licht lager |
9.3. Internationaal bereik en deelname
Belgische wedstrijden hebben een uitgesproken internationaal bereik. Zowel op het aantal deelnemende cartoonisten, landen en ingezonden werken scoren Belgische cartoonwedstrijden boven de wereldwijde mediaan. De Euro-kartoenale Kruishoutem is wereldwijde marktleider inzake geografische spreiding van de deelnemers.
| Deelnemers | België | Wereld | Verschil in mediaan |
|---|---|---|---|
| Cartoonisten | mediaan 545 | mediaan 303 | +80% |
| Landen | mediaan 67,5 | mediaan 49 | +38% |
| Ingezonden werken | mediaan 2.066 | mediaan 850 | +143% |
Het hoge aantal ingezonden werken is grotendeels te verklaren doordat Belgische wedstrijden vaak maximaal 5 inzendingen toelaten, tegenover 3 wereldwijd.
Opgelet: de George Van Raemdonckkartoenale hanteerde in de editie van 2026 een specifiek concept rond handgemaakte cartoons die op papier moesten worden ingezonden. Vanwege deze specifieke factor werd deze editie niet meegenomen in de berekening van bereik en deelname.
9.4. Artistieke zichtbaarheid
Voor de deelnemende cartoonist is artistieke zichtbaarheid de primaire return-on-investment. De Belgische wedstrijden onderscheiden zich door een uitzonderlijk hoge graad van erkenning en duurzame presentatie.
Hoewel digitale tentoonstellingen steeds meer de norm worden in de internationale cartoonwereld, bieden alle wedstrijden in België een fysieke tentoonstelling aan. Bij de meeste wedstrijden ligt de tentoonstellingsduur boven de wereldwijde mediaan van 30 dagen. Er zijn wel grote verschillen tussen de wedstrijden in duur, openingstijden en omvang van de tentoonstelling. Rondreizende tentoonstellingen, zoals die van Cultuursmakers, kunnen een zeer groot publiek bereiken.
De Belgische wedstrijden kennen bovendien een cataloguscultuur: 88% van de wedstrijden publiceert een gedrukte catalogus, tegenover 29% wereldwijd. Dit kan als een blijvend cultureel exportproduct worden beschouwd. De distributie van de catalogus varieert sterk tussen de wedstrijden: soms ontvangen geselecteerden automatisch een exemplaar, soms alleen op verzoek of tijdens de opening. Port- en douanekosten worden vaak als extra belemmering gezien om dit te blijven doen.
9.5. Gastvrijheid
De reglementen van de Belgische wedstrijden blijven over het algemeen vaag over uitnodigingen, verblijf en reisvergoedingen voor de openingsplechtigheid. Slechts 2 organisaties vermelden deze informatie expliciet. Alleen de Gouden Hoed vergoedt ook de reiskosten.
9.6. Rechten
Alle Belgische wedstrijdreglementen bevatten duidelijke informatie over de rechten. In vrijwel alle reglementen staat bovendien dat bekroonde werken eigendom worden van de organisator. Wereldwijd komt deze eigendomsoverdracht veel minder vaak voor. De vraag is of deze bepaling in een tijd van digitale inzendingen nog noodzakelijk is.
9.7. Thematische breedte
België kan zich vooral positioneren als een land dat inzet op thematische cartoonwedstrijden. Alleen de Gouden Hoed hanteert een vrij thema.
9.8. Conclusie
België, en concreet Vlaanderen, heeft binnen het onderzochte internationale wedstrijdnetwerk een aantoonbaar sterke positie als organisator van cartoonwedstrijden. De positieve resultaten op criteria zoals tentoonstellingen, catalogi, FECO-erkenning en internationaal bereik zijn niet het gevolg van één uitzonderlijke wedstrijd, maar worden breed gedragen door alle Belgische wedstrijden. Het prijzengeld is internationaal gezien hoog, maar niet gelijkmatig verdeeld. Gastvrijheid en rechtenbeleid bieden nog groeikansen.