GNIFFEL
Goeiemorgen iedereen, ik ben Gilke en ik heb vandaag de eer een korte hommage te brengen aan het leven en werk van een bijzondere kunstenaar: Iris Van Robays. We leerden elkaar kennen tijdens die morsige puberjaren, waar het dragen van een brilletje en een beugel, en de hang naar giechelen voldoende ingrediënten zijn voor een vriendschap. Een van de vele voordelen aan opgroeien in het West-Vlaamse platteland is dat je veel tijd alleen doorbrengt, in de verte kunt staren en tijdens dat tijdverdrijf je al eens wat invalt: een idee, een vondst, een grap die je wil bewaren; de precieze details van hoe het begon herinner ik me niet, maar vaststaat dat we naast gewone schoolvriendinnen ook pennenvriendinnen werden – en Iris zich met haar droedels en woordgrappen voor het eerst naar een, al zij het bescheiden, publiek wende. De brieven – die we elkaar overigens nog altijd sturen – bieden volgens mij een unieke inkijk in de artistieke coming-of-age van Iris, maar dat is voer voor biografen; of onderwerp voor een volgende expo.
Op haar achttiende liet Iris haar geboortedorp Ingelmunster achter zich en vervolgde haar weg naar Sint-Lucas in Gent: het tekenen werd menens. Ze kreeg er haar artistieke groeispurt, liep stage als graficus in Amsterdam en sloeg vervolgens aan het reizen. De esthetiek en kleurenrijkdom van Mexico en Colombia boden haar een grote inspiratiebron, waar ze zich nog steeds aan laaft. Verder kijkt ze op naar het werk van John Baldessari, Jip van der Toorn, David Shrigley, en dichter bij huis, dat van Kamagurka en Lectrr. Maar een epigoon is Iris allerminst; ze koos haar eigen pad en daar vond ze, op het kruispunt van taal en beeld, de woordgrap. Een niche waarin ze zich de afgelopen jaren steeds meer vervolmaakt heeft.
Sinds 2019 publiceert ze wekelijks De kwinkslagerij in De Standaard, oftewel woordmoppen en cartoons voor de meerwaardezoeker. Wat voor haar doorgaat als een goeie of een slechte woordgrap, wel, daar heeft ze haar eigen geijkte kompas voor: ontstaat in de buik de spontane samentrekking die zich naar boven wentelt en zich uit in de opening van de mond, het ontbloten van de tanden: de lach? Ja, eerlijk, Iris kan goed lachen met haar eigen moppen. Vaak legt haar gezicht zich al in de lachende plooi, nog voor ze haar clou uitspreekt. En met alle nederigheid van grootste fan, zeg ik erbij: dat kompas van Iris, ja, dat is juist gekalibreerd.
De cartooncolumns uit de beginjaren bij De Standaard bundelde ze in 2022 in een boek: De Kwinkslagerij. Een kwartkilo woordspelingen. Zie het niet als een afgewerkte best of, eerder als een energieke opmaat naar meer: het visitekaartje waarmee ze aanschuift aan het lachbuffet der professionelen: hieris iris. Naast het werk voor De Standaard verlucht ze trouwens voor vele andere opdrachtgevers hun boodschap met een vrolijke noot en kwinkslag. In al haar werk, van cartoons tot woordgrappen, van kerstkaarten tot pandemieverlichtende instagramposts, valt haar bijzondere aandacht voor haar nabije omgeving op, en de speelse eigenheid die het banale naar een hoger niveau tilt.
Daarmee verband houdend is er nog een onderwerp dat ontegensprekelijk van uitzonderlijk belang is in het oeuvre van Iris. Uit de brieven die ik de afgelopen jaren van Iris ontving, was de fascinatie me al duidelijk; maar voor het grote publiek werd haar liefde voor het onderwerp pas zichtbaar met de illustraties van de literaire canon, vorig jaar, namelijk: vogels. Iris heeft een warme band met onze vliegende medeschepselen en laat geen kans onbenut om ze in hun komische en kleurrijke kwaliteiten aan de wereld te tonen. De pratende en verwarde vogels behoren tot mijn favorieten.
Humor is een serieuze bezigheid die veel onthult over hoe je naar de wereld kijkt. Iris heeft een gevoelige blik, maar laat zich niet van de wijs brengen door het vele grijs in de wereld. Ze heeft oog voor de scheve hoekjes en kromme kantjes van het leven, de schakeringen door de routine, die de dagen kleur geven. Bij Iris geen harde ironie, maar wel de scherpe kunde het alledaagse op zijn kop te zetten; betekenissen aan elkaar te hechten waarbij je de glimlach, de grinnik, de gniffel, ja zelfs de bulderlach onmogelijk kan onderdrukken. Al ruim een decennium lang timmert ze onversaagd aan de weg en toont ze hoe vrolijkheid, we vergeten het al te vaak, een essentieel deel is van het leven. Om het met Ramses Shaffy te zeggen: zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder: het is een unieke gelegenheid om hier een greep uit haar werk dat het leven viert te kunnen aanschouwen. Ga het ontdekken, je zal opgekikkerd terugkeren van de reis door Iris’ wervelende universum. Dank jullie wel!
Gilke Gunst